Nadat de jongeling door de godin is ontvangen en met vriendelijke woorden is gewezen op de uitzonderlijke plaats waar hij zich bevindt, begint ze haar uiteenzetting. Ze wijst er direct op dat ze op het terrein waar ze de jongeling rondleidt geen plek wordt overgeslagen: hij zal alles moeten leren -aan niets zal worden voorbijgegaan. Maar, zo voegt ze er aan toe, niet alle wegen leiden tot hetzelfde resultaat. Daarom is het ook oppassen geblazen.

28. [   ..    ]. Het is nodig dat je alles leert
29. zowel het onbewogen hart van overtuigende werkelijkheid (alētheiēs)
30. als de noties (doxas) van de sterfelijken, die werkelijke (of ware) betrouwbaarheid missen.
(Fr.7.2-Fr.8.2)
31. Maar blijf verre van deze weg van vorsen [die] je denken inperkt
32. en laat je niet door de van ervaring doordrenkte gewoonte deze weg opdringen
33. en gebruik maken van doelloos oog en weerklinkende oor
34. en tong, met woorden oordelend dat de uiteenzetting
35. door mij uitgesproken door veel betwist kan worden; maar alleen de weg van het gemoed
36. blijft over.

Met deze woorden introduceert de godin het onderscheid waarmee Parmenides’ naam in de geschiedenis van de filosofie onlosmakelijk is verbonden: de tegenstelling van alētheia en doxai. Wat zou Parmenides er mee bedoeld hebben? Meestal wordt alētheia vertaald met waarheid, doxai met mening en logos met rede. Voerden deze vlaggenschepen van het Westerse denken rond vijfhonderd vóór Christus echter al de vloot van begrippen aan waarmee de werkelijkheid filosofisch doorgrond werd? Of stonden ze toen pas in de steigers? Laten we alētheia en doxai eens wat beter bekijken.

De Godin wijst de jongeling erop dat hij alles zal moeten leren, alētheia én doxai. De laatste categorie wordt uitdrukkelijk geassocieerd met de sterfelijken, de mensen; de alētheia heeft niets met de sterfelijken van doen en laten we deze lesstof dus als “bovenmenselijk” typeren. Doxai is vertaald met “noties” om zodoende aandacht te vestigen op de voor menselijke kennisverwerving onontbeerlijke taal. Zonder noties, begrippen of concepten geen kennis.
De noties missen dus werkelijke betrouwbaarheid, pistis alēthés. In een ander deel van het gedicht, Fragment 8 over de weg van de waarheid, komen we pistis alēthés ook tegen. Daar speelt het een actieve rol in het verjagen van ontstaan en vergaan:

Echter onveranderlijk in de grenzen van machtige ketens
is het onbegonnen, oneindig, aangezien worden en vergaan
ver weg gejaagd zijn; verbannen/verdreven door werkelijke (ware) betrouwbaarheid.

Pistis is afgeleid van peithein, overtuigen of, afhankelijk van de context, vertrouwen. Het is het kenmerk van de weg dat (het) is,

de weg van de Overtuiging (peithoūs), want die volgt de werkelijkheid (waarheid).

De weg die de godin aanbeveelt leidt tot inzicht in of zicht op iets dat alleen door wat het is overtuigend of vertrouwenswaardig is. Zoals we al hebben aangehaald is daaruit de mogelijkheid van verandering verjaagd: het is wat het is.

Als de godin de overgang aankondigt naar de dóxas van de sterfelijken (broteias) gaat dat als volgt:

Hier beëindig ik mijn betrouwbare (pistòn) rede (lógon) tot jou en het denken (nóema)
over de (ware) werkelijkheid (aletheies).

In fragment 6 waarschuwt de godin nogmaals voor de weg van de sterfelijken die niets weten, de brotoi eidotes ouden. In deel 1 hebben we al uitgebreid stilgestaan bij de figuur van de eidóta phōta, vertaald met de man die veel gezien heeft. In dit fragment wordt eidenai opnieuw in verband gebracht met de sterfelijken.

aIs er sprake van de tegenstelling van wat louter voor het verstand toegankelijke is (to noēton of het intelligibele) en het zintuigelijk waarneembare (to aistēta)?

κρῖναι δὲ λόγῳ geïnterpreteerd als “oordeel met de rede”. Heeft reputatie van Parmenides gevestigd als de degene die de rede of het argument in filosofie heeft geïntroduceerd. Maar logos moet hier gewoon met “spraak” worden vertaald.

Diogenes Laërtius haalt in zijn werk over de grote Griekse filosofen een ons onbekende Timon aan die Parmenides megalophronos -groot van geest (phrenes)- noemde en, dat is waar het hier om gaat,  poludoxon, dat wil zeggen geen man van vele meningen. Hij combineert het prefix polu, symbool van “ervaring”, met doxa, één van de twee wegen waarin de godin de jongeling zal inwijden.